De teelt

Kersen worden tegenwoordig geënt op een langzaam groeiende onderstam, meestal de ‘Gisela 5’. Hierdoor hoeft men geen halsbrekende toeren meer uit te halen om de kersen geoogst te krijgen en is het ge-makkelijker om een vogelnet of overkapping over de boomgaard te plaatsen. Aangezien kersen, anders dan bijvoorbeeld aardbeien, niet meer narijpen na het plukken, is het van groot belang om ze voldoende rijp te laten worden. Dit heeft als vervelende bijkom-
stigheid dat ze uitermate gevoelig worden voor het openbarsten bij langdurig nat blijven van de vrucht. Om dit te voorkomen wordt er in de periode van vlak voor tot vlak na de oogst een doek gespannen over de kersenbomen. Dit werkt tevens preventief tegen kersendiefstal door vogels. Ook het plaatsen van een roofvogelnest nabij de boomgaard helpt de kleine gevleugelde plunderaars op afstand te houden.

teelt1

ZF2S5549

teelt2